Euro Stack
Share on twitter
Share on linkedin
Share on facebook

Verlies op aan klant verstrekte lening is aftrekbaar

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aan C bv verstrekte leningen verplicht tot het ondernemingsvermogen van X behoren en dat hij deze ten laste van zijn winst kan afwaarderen. Beide leningen zijn uitsluitend met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming en dus met een zakelijk doel verstrekt.

B bv is bestuurder van C bv. Belanghebbende, X, verricht via zijn eenmanszaak werkzaamheden voor B bv en haar dochtervennootschappen. Meer dan 75% van de omzet van de eenmanszaak is afkomstig van B bv en haar dochtervennootschappen. In 2018 verstrekt X een lening van € 150.000 aan C bv. F bv, de fiscaal adviseur van C bv, verstrekt ook een lening van € 150.000 aan C bv. In 2010 verstrekken X en F bv leningen van € 41.000 aan C bv. In zijn IB-aangifte 2012 waardeert X de vordering op C bv af met € 71.000. De inspecteur accepteert de afwaardering niet.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aan C bv verstrekte leningen verplicht tot het ondernemingsvermogen van X behoren en dat hij deze ten laste van zijn winst kan afwaarderen. Volgens het hof zijn beide leningen uitsluitend met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming en dus met een zakelijk doel verstrekt. Daarbij is van belang dat X uitsluitend een zakelijk relatie met C bv had, dat C bv zijn belangrijkste klant was en dat hij die klant graag wilde behouden. Verder wijst het hof er op dat C bv over voldoende vermogen beschikte om de schulden te kunnen voldoen, ondanks de liquiditeitsproblemen waarin zij was geraakt toen de verkoop van een perceel grond onverwacht niet doorging. Verder maakt X aannemelijk dat geen sprake was van een onzakelijk hoog risico op het moment dat de leningen werden verstrekt. In de periode 2008 – 2010 waren namelijk meerdere belangstellenden bereid om het perceel te kopen en bij de verwachte verkoop zouden dan bij C bv ruimschoots voldoende middelen vrijkomen om de schuld aan X te kunnen aflossen. De uiteindelijke executieverkoop, voor slechts € 500.000, was niet voorzienbaar. Het gelijk is aan X.

Lees ook het thema Fiscale waardering van vorderingen en schulden

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.25

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Informatiesoort: VN Vandaag

Bron @Wolters-Kluwer