Religion, death and dolor - man at funeral with white rose mourning the dead
Share on twitter
Share on linkedin
Share on facebook

Verrassing: u bent erfgenaam en moet erfbelasting betalen!

Als de fiscus achter het bestaan van een nieuwe erfgenaam komt, mag de inspecteur de aanslagen erfbelasting van de eerder bekende erfgenamen verlagen. Daar staat tegenover dat de kersverse erfgenaam een navorderingsaanslag erfbelasting kan verwachten.

Een man kwam in het jaar 2008 te overlijden. Op dat moment waren twee vrouwen zijn erfgenamen. Op 15 januari 2014 constateerde Rechtbank Amsterdam dat de erflater ook nog de verwekker van een buitenechtelijke zoon was. De zoon was daardoor eveneens erfgenaam van de erflater. De andere erfgenamen vroegen daarom aan de Belastingdienst om hun aanslagen erfbelasting te verminderen. De inspecteur honoreerde dat verzoek op 28 juni 2016. Vervolgens legde hij diezelfde dag de zoon een navorderingsaanslag erfbelasting op van € 286.416. Volgens de zoon is deze aanslag te laat opgelegd. Tussen het overlijden van de erflater en het opleggen van de navorderingaanslag is immers meer dan zes jaar verstreken.

Causaal verband tussen vermindering en navordering

Rechtbank Noord-Holland redeneert dat in principe de Belastingdienst hier erfbelasting mag navorderen als te weinig erfbelasting is geheven als gevolg van een teruggaaf. De teruggaaf kan ook ten goede komen aan een ander dan de belastingplichtige. Op deze regels bestaan wel uitzonderingen. Maar de situatie van de man behoort niet tot deze uitzonderingen. Bovendien bestaat een causaal verband tussen de vermindering van de aanslagen van de eerder bekende erfgenamen en de navordering bij de man. Dat betekent overigens niet dat het bedrag van de navorderingsaanslag hooguit gelijk is aan het totaal waarmee de oude aanslagen zijn verminderd.

Tijdige navordering

Verder meent de rechtbank dat de inspecteur niet in verzuim was geweest. Hij kon immers niet eerder weten dat de zoon ook erfgenaam van de erflater was. Daarom stelt de rechtbank dat de navorderingstermijn van vijf jaar is ingegaan op 29 juni 2016. De navorderingsaanslag is dus tijdig opgelegd.

Wet: art. 455253, eerste lid en 66, tweede lid SW 1956 en art. 16, derde lid AWR

Bron: Rechtbank Noord-Holland 14 november 2019 (gepubliceerd 3 februari 2020), ECLI:NL:RBNHO:2019:9371, AWB 17/2675

Bron @Taxence