Kwijtschelding gelieerde lening leidt tot belaste winst in vpb

Een adviesbureau krijgt een navorderingsaanslag vpb opgelegd nadat in een later jaar blijkt dat schulden die door een gelieerde partij zijn kwijtgescholden, ten onrechte niet als belaste winst zijn verantwoord. Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur bevoegd was te navorderen en dat de kwijtschelding terecht in de heffing is betrokken.

Een adviesbureau op het gebied van hypotheken, verzekeringen en vermogensbeheer heeft meerdere geldverstrekkingen ontvangen van vennootschappen die worden beheerst door de (voormalige) medeaandeelhouders van de bv. Van deze geldverstrekkingen zijn geen schriftelijke leenovereenkomsten opgemaakt en er zijn geen rentepercentages, aflossingsschema’s of zekerheden overeengekomen. In de jaarrekening en de aangiften vpb tot en met 2015 zijn de geldverstrekkingen als leningen verantwoord. In het kader van een aandelenconflict wordt in april 2017 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij een schuld van ruim € 400.000 wordt kwijtgescholden tot € 75.000. De inspecteur legt een navorderingsaanslag vpb 2017 op. In geschil is of de inspecteur beschikt over een nieuw feit, of de kwijtschelding terecht als winst is belast en of het vertrouwensbeginsel is geschonden.

Nieuw feit aanwezig; geldverstrekkingen zijn leningen

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit. Pas tijdens de beroepsprocedure over de aanslag vpb 2016 werd duidelijk dat de vrijval van de schulden niet in 2016 maar in 2017 had plaatsgevonden. De aangifte vpb 2017 gaf zelf geen aanleiding tot nader onderzoek. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de geldverstrekkingen als leningen moeten worden gekwalificeerd. De bv heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van informele kapitaalstortingen, schijnleningen, bodemloze putleningen of deelnemerschapsleningen. Ook het beroep op onzakelijke leningen slaagt niet: eiseres heeft onvoldoende feiten aangevoerd waaruit volgt dat geen niet-winstdelende rente kon worden bepaald, terwijl de bewijslast bij haar rust. De kwijtschelding leidt daarmee tot belastbare winst. Partijen zijn het erover eens dat de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing is, zodat de belastbare winst wordt verminderd met het bedrag waarvoor verrekenbare verliezen beschikbaar zijn.

Vertrouwensbeginsel niet geschonden

De bv stelt dat de inspecteur tijdens de beroepsprocedure over het jaar 2016 heeft toegezegd de aanslag conform de aangifte vast te stellen, inclusief de balansposten. De rechtbank verwerpt dit. Een aanslag vpb omvat alleen de belastbare winst en het belastbaar bedrag, niet de balansposten. Aan de toezegging van de inspecteur kon de bv redelijkerwijs niet het vertrouwen ontlenen dat de fiscale gevolgen van de kwijtschelding ook in 2017 buiten de heffing zouden blijven. Het beroep is gegrond vanwege ambtshalve verminderingen door de inspecteur na de uitspraak op bezwaar; de rechtbank stelt het belastbaar bedrag vast op € 57.599.

Bron @Taxence

Door de vakantieperiode zijn wij vandaag (13 augustus 2025) gesloten.

Voor dringende zaken kunt u mailen naar: [email protected]