195548-OY9OIN-908
Share on twitter
Share on linkedin
Share on facebook

Beleidsopties om positie familiebedrijven te versterken

Staatssecretaris Keijzer reageert op een motie en een Initiatiefnota over familiebedrijven. In de motie wordt gevraagd in kaart te brengen welke factoren bijdragen aan een goede bedrijfsopvolging. De Initiatiefnota Familiebedrijven doet aanbevelingen om de positie van familiebedrijven te versterken.

Staatssecretaris Keijzer geeft aan dat de reguliere evaluatie van de fiscale regelingen gericht op bedrijfopvolging en -beëindiging binnenkort start. In het vierde kwartaal van dit jaar wordt deze evaluatie met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer gestuurd.

Overleg met Belastingdienst

Het is nu al mogelijk om met de Belastingdienst in gesprek te gaan over bedrijfsopvolgingstrajecten. In het kader van vooroverleg kan gedurende het gehele traject contact opgenomen worden met de inspecteur in situaties waarin onzekerheid bestaat over de fiscale gevolgen. Naar aanleiding van dat vooroverleg neemt de inspecteur een standpunt in over de wijze waarop het recht in een specifiek geval moet worden toegepast. Daarbij heeft de Belastingdienst uiteraard ook zo veel mogelijk oog voor de urgentie (op gelijke wijze voor alle belastingplichtigen). ‘Wel dient bedacht te worden dat de bedrijfsopvolgingsregelingen complexe en discussie-gevoelige wetgeving kennen. Vooroverleg over bedrijfsopvolgingstrajecten gaan vaak gepaard met een intensieve, tijdrovende en complexe inventarisatie en duiding van de feiten. Daarbij kunnen ook rechtshandelingen die direct of indirect samenhangen met een bedrijfsopvolgingstraject aan de orde zijn. Een snelle afhandeling van deze verzoeken is om die reden vaak niet mogelijk’, aldus de staatssecretaris.

UBO-register

De staatssecretaris gaat ook kort in op het UBO-register. In Nederland is onlangs door Privacy Firsteen kort geding aangespannen tegen de Staat der Nederlanden. In zijn vonnis sluit de Nederlandse kort geding-rechter niet uit dat de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU, tot de conclusie komt dat het openbare karakter van het UBO-register zich niet verhoudt met het evenredigheidsbeginsel. Omdat deze kwestie al op het bord van de hoogste Europese rechter ligt, vindt de Nederlandse rechter het niet opportuun hierover zelf uitspraak te doen en niet nodig nog vragen te stellen aan het hof. Het is nog onduidelijk wanneer het Hof van Justitie van de EU met een uitspraak komt. Verder gaat de staatssecretaris nog in op de mogelijkheden voor innovatie, het uitwisselen van kennis en data en aandacht voor familiebedrijven in het onderwijs.

Bron @Taxence