Euro shaped island. Tax haven concept for offshore bank accounts.
Share on twitter
Share on linkedin
Share on facebook

Fiscalisten kritisch over koppeling coronasteun en belastingparadijzen

Fiscalisten zetten vraagtekens bij de voorwaarden die het kabinet aan coronasteun stelt. Bedrijven die individueel aankloppen voor hulp, moeten ‘onwenselijke belastingstructuren’ opdoeken. Juridisch onhoudbaar, zegt de ene hoogleraar belastingrecht. Politiek begrijpelijk, vindt de ander.

‘De overheid vraagt aan ondernemingen die het water al tot aan de lippen staat, om ook nog even hun structuur te herzien, terwijl die volledig in lijn met de wet is ingericht.’ Dennis Weber, hoogleraar Europees belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, kan zich niet vinden in de fiscale voorwaarden voor bedrijven die coronasteun vragen.

Verder in de problemen

Voor individuele steun mogen ondernemingen geen vestigingen in belastingparadijzen hebben of rente en royalty’s naar deze landen betalen. Dat heeft het kabinet vrijdag besloten, op voorstel van staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën.

‘Je kunt als politiek landen met geen of lage bedrijfsbelastingen willen bestrijden, maar doe dat niet door bedrijven die het al moeilijk hebben nog verder in de problemen te brengen’, zegt Weber, die tevens werkt voor belastingadvieskantoor Loyens & Loeff.

Belastingcompetitie

Ondernemingen in nood worden volgens hem met onmogelijke eisen opgezadeld. Een fiscale structuur herzien is geen sinecure, zegt hij. Vijlbrief geeft bedrijven een jaar de tijd om hun banden met belastingparadijzen door te snijden als die door fiscale motieven zijn ingegeven.

Maar twaalf maanden is meer dan het lijkt voor bedrijven die hun handen vol hebben om te overleven, aldus Weber. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat bedrijven soms met de fiscus moeten afrekenen als ze hun structuur herzien.

De hoogleraar denkt dat de voorwaarden die het kabinet aan staatssteun stelt, geen standhouden bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. De condities zijn volgens hem strijdig met het vrije verkeer van kapitaal, dat zowel binnen als buiten de Europese Unie geldt. ‘Het Hof oordeelde in een belangrijke ontwijkingszaak dat belastingplichtigen het recht hebben om gebruik te maken van belastingcompetitie tussen de lidstaten.’

Niet onredelijk

Raymond Luja, hoogleraar belastingrecht aan Maastricht University, vindt het politiek gezien niet onredelijk dat het kabinet eisen stelt aan steun. ‘Het is wel de vraag of je dat nu moet doen en op deze manier’, zegt hij.

Luja, die eveneens aan Loyens & Loeff is verbonden, verwacht niet dat de Europese Commissie problemen zal hebben met de Nederlandse voorwaarden. Polen ging Nederland voor. Dat verlangt dat bedrijven die steun vragen, in voorkomende gevallen hun hoofdkantoor binnen negen maanden in Europa vestigen.

De Commissie maakte geen bezwaar tegen de Poolse eis, zegt Luja. Die sluit volgens hem ook aan bij wat de Commissie wil, namelijk dat belastingparadijzen verdwijnen. De Nederlandse eisen gelden echter ook voor aandeelhouders die meer dan 10% van de bedrijven bezitten die steun vragen. Als dat Europese aandeelhouders zijn, is het vrije verkeer van kapitaal in het geding , aldus Luja.

Nogal arbitrair

‘Ik begrijp dat de politiek voor draagvlak moet zorgen’, zegt hoogleraar belastingrecht Sjoerd Douma (UvA) over het kabinetsbesluit van afgelopen vrijdag. ‘Eerst zo weinig mogelijk belasting betalen en dan hulp vragen van de belastingbetalers, dat is lastig uit te leggen.’

Maar vervolgens zijn de criteria nogal arbitrair, vindt Douma, die partner is bij advieskantoor Lubbers, Boer & Douma. Dat roept dan weer de vraag op waarom het ene bedrijf wel en het andere bedrijf geen steun ontvangt.

Bron @FD