Hand presenting model house for home loan campaign
Share on twitter
Share on linkedin
Share on facebook

Gemeente mag WOZ-beschikking sturen via MijnOverheid

Als de eigenaar van een woning zichzelf aanmeldt voor digitale toezending van WOZ-beschikkingen door de gemeente, kan hij geen hard copy eisen.

Een gemeente had naar de eigenaar van een geschakelde bungalow twee WOZ-beschikkingen gestuurd voor de jaren 2019 en 2020. De gemeente had de WOZ-beschikking 2019 van € 455.000 op 28 februari 2019 digitaal aan de eigenaar van de bungalow verzonden. Dat was gebeurd via de site MijnOverheid. De eigenaar diende zijn bezwaarschrift tegen deze beschikking in op 4 mei 2020. Dat was ruimschoots na de bezwaartermijn van zes weken. De eigenaar vond echter dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was. Hij had namelijk verzocht om een toezending van een hard copy van deze beschikking. Maar in de beroepsprocedure wijst de gemeente erop dat de eigenaar zich uit eigen beweging heeft aangemeld voor digitale toezending door de gemeente. Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat onder zulke omstandigheden de gemeente ervoor mag kiezen om de beschikking digitaal bekend te maken. Het bezwaarschrift van de man is daarom niet-ontvankelijk en zijn beroepschrift tegen de WOZ-beschikking 2019 ongegrond.

Geen samenstel van eigendommen

Daarnaast is de eigenaar in beroep gegaan tegen de WOZ-beschikking voor 2020, die een WOZ-waarde vermeldt van € 478.000. De eigenaar bepleit een WOZ-waarde van € 415.000. Bovendien meent hij dat de gemeente zijn garage ten onrechte als afzonderlijk object heeft gewaardeerd. De rechtbank constateert dat de garage vanuit de woning niet zichtbaar is. Bovendien heeft deze garage een eigen kadastraal nummer. Daarom is geen sprake van een samenstel van eigendommen. De gemeente heeft de garage terecht als een afzonderlijk object gewaardeerd en heeft de woning op de juiste wijze afgebakend. Verder weet de gemeente met een taxatiematrix aannemelijk te maken dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Bij de waardebepaling is voldoende rekening gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning wat betreft onder meer gebruiks- en perceeloppervlakte, ligging en onderhoudstoestand. De rechtbank verklaart het beroep tegen de WOZ-beschikking 2020 daarom eveneens ongegrond.

Bron @Taxence